

Hondsdolheid wordt veroorzaakt door een virus. De ziekte wordt overgedragen door
de beet van een besmet dier zoals vleermuizen, vossen of wasberen. Ook door het spelen
met dode besmette dieren kan de ziekte overgedragen worden.
Officieel komt er in Nederland
geen hondsdolheid meer voor. Heel af en toe wordt er nog wel eens een vleermuis met
hondsdolheid gevonden.
Na besmetting kan het 1 week tot 8 maanden duren, voordat de
verschijnselen beginnen.
Dieren (en mensen) die besmet zijn met hondsdolheid, krijgen
verschijnselen van het zenuwstelsel, die steeds erger worden. De ziekte is meestal
dodelijk binnen 1 week. De verschijnselen kunnen van allerlei aard zijn: o.a. gedragsveranderingen,
agressie, speekselen, dementie en verlammingen.
Hondsdolheid is een zoönose. Wanneer
u gebeten bent door een dier, waarvan u vermoedt dat het hondsdolheid heeft, is het
erg belangrijk om onmiddellijk contact op te nemen met een arts of EHBO. U krijgt
dan gedurende een aantal weken antistoffen toegediend. Wanneer dat mogelijk is, is
het handig om het dier dat gebeten heeft, mee te nemen. In het laboratorium kunnen
ze dan namelijk zijn hersenen onderzoeken (via IFT), om te kijken of het dier echt
hondsdolheid had.
Het vaccin is tegenwoordig 3 jaar geldig, dus vaccinatie hoeft
slechts om de drie jaar plaats te vinden. Dit geldt echter alleen voor de vaccinaties
gegeven vanaf juni 2005! Vaccinaties die voor juni 2005 gegeven zijn, zijn nog steeds
maar 1 jaar geldig.
Voor honden, katten en fretten bestaat er meestal een vaccinatieplicht,
wanneer zij mee op vakantie gaan naar het buitenland.


